|
Pagina 11 van 15
De vervanging van de Atlas ICBM.
Door het op vroeg
op rust stellen van Atlas en Titan I ICBMs viel de Amerikaanse defensie kwestie
ballistische raketten niet in een zwart gat. Gedurende de periode dat het Atlas
raket programma geïmplementeerd werd liepen en nog andere grote projecten mee
verder.
De zware ICBM
Titan II met de verschrikkelijke 9 Mt munitie tegen grote steden en ondergrondse
bunkers ging Titan I vervangen en bleef tot 1987 een operationeel wapen. Dat
was gedurende 24 jaar !
Voor Titan II was
men overgeschakeld op het niet-cryogene distikstoftetroxide (N2O4)
als oxidans: daardoor konden deze ICBMs volgetankt in hun silo's worden
bewaard. Titan II werd verder niet opgekrikt tot boven de put en werd
onderaards vanuit de silo gelanceerd waardoor de lanceer reactietijd beperkt werd tot
het openen van het silodeksel.

Fig. 38: Titan II gebruikte stockeerbare
vloeibare brandstofmengsels en kon onmiddellijk van binnen in de siloput worden
afgevuurd: de zgn. “hot
launch” (operationeel in 54 silo’s rond 1964).
In 1958 stond niets
meer de bouw van grote vaste brandstofmotoren in de weg en werd de ontwikkeling
gestart van de veel kleinere 3-traps ICBMs, de Minuteman-I en II met vaste
brandstof. Deze waren bij de afschaffing van Atlas en Titan I al in grote
aantallen operationeel in een netwerk van silo's. Zij waren eenvoudiger, veel
goedkoper en hadden buiten de tijd om de silodeur te openen geen
lanceervertraging. Onder andere waterstofbomontwerper Edward Teller (1908-2003)
adviseerde dit soort raketten omdat hij zich zorgen maakte inzake de grotere kwetsbaarheid
van vloeibare brandstof raketsystemen.
De US Navy had in
1956 reeds opdracht gegeven duikboten voor raketten te bouwen en gaf Lockheed
en Aerojet opdracht de Polaris A-1 de
eerste 2-traps SLBM (Submarine-Launched Ballistic Missile) met vaste brandstof
te ontwikkelen. Dit werd de eerste lange afstandsraket bestuurd door een
digitale computer. Polaris A1, A2 en A3 werden operationeel nog voor 1965.
Een Polaris A-1
was de enige strategische raket waarmee de Amerikanen een neusconus
met een live waterstofbom erin afvuurden naar een landdoel. Dat doel lag in
open oceaan, 840 km
ten noord-oosten van Christmas eiland en het afvuren vond plaats in mei 1962,
slechts 2 jaar na de eerste testvluchten. Deze test, Frigate Bird genoemd
maakte deel uit van de Dominic reeks. Het doel dat 1800 km verder lag werd na een apogeum 640 km en een vlucht van ca.
12 minuten bereikt. De ontploffing gebeurde op 3,3 km hoogte (zie fig. 34).
De detonatiekracht bedroeg 0,6 Mt.

Fig. 39: Frigate Bird detonatie gezien vanuit duikboot: 600 kt H-bom
type W47, Polaris A1, “airburst” test op 3,3 km hoogte
Wel werden er met de
Redstone en de Thor IRBMs nucleaire bommen tot ontploffing gebracht buiten de
atmosfeer. Om als experiment een strategische H-bom af te vuren en te laten detoneren
op een landdoel met een ICBM of IRBM bekwam de Amerikaanse luchtmacht wegens
veiligheidsoverwegingen nooit toelating. De Russen voerden dergelijke
atoombombardement oefeningen wel uit met een reeks R-14 IRBMs. Dat
gebeurde nog voor 1963 wanneer het verdrag dat atmosferische detonaties verbood
in voegen kwam.
Zie tabel 3
achteraan voor de eigenschappen van de opvolgers van Atlas.
|