|
Pagina 1 van 3
De KNSB58-3 is de
derde test met een kleine KNO3-sorbotol motor. De problemen die in de eerste
test zijn opgetreden met de aluminium buizen (zie test van KNSB58-1) bleken
opgelost in de tweede test dank zij het gebruik van parabond in plaats van
siliconen voor de inwendige coating van het buisoppervlak. De laagdikte van de
coating was ditmaal circa 0.5 mm.
De test werd uitgevoerd op 06 mei 2007.
De motor heeft de volgende karakteristieken :
|
Massa brandstof (3 segmenten)
|
406 /425 / 412 – totaal: 1243 g
|
|
Samenstelling brandstof
|
KNO3 :65%, SORBITOL : 30%, ASCORBINEZUUR
: 5%
|
|
Type brandstofblokken
|
Bates: 3 segmenten
|
|
dimensies
|
lengte : 112.5 / 112 /110.7 mm
inw. diameter : 23.00 mm,
max. diameter: 58.00 mm
|
|
Brandstof dichtheid
|
1,700 (zonder vacuum) ; 1,787 ; 1,768 –
gemidd: 1,752 gr/cm³
|
|
Afstand tussen de blokken in mm
|
8 mm / 7,5 mm / 9,3 mm
|
|
Massa ontsteekpoeder:
Zn-S powder
|
60 g
|
|
Samenstelling ontsteekpoeder
|
Zn : 75 % : S : 25 %
|
|
Lengte verbrandingskamer
|
360 mm
|
|
Afmetingen straalpijp
|
Dc : 58 mm / Dt : 20 mm / De: 60 mm
|
|
coating
|
Aluminium buizen gecoat aan de binnenkant met parabond van
0,5 mm (totale massa: 57 g)
|
|
Dikte van de motorbuis
|
2 mm
|
|
Materiaal van de motorbuis
|
staal
|
Voor de fabricage van 2 van de 3 brandstofsegmenten werd
gebruik gemaakt van een verbeterd smeltsysteem, vervaardigd door Leopold Clauwaert.
Dit systeem laat toe om vacuum toe te passen tijdens het smeltproces. In de
vorige testen werd geen vacuum toegepast.
De volgende procedure werd aangewend: beide ingredienten werden eerst
als poeder gemengd voor het smelten. Het poedervormig brandstofmengsel werd dan
toegevoegd aan de verlengde reservoir welke reeds vooraf was voorverwarmd in
een oliebad. De temperatuur van het oliebad heeft nooit de 116°C overschreden,
wat in belangrijke mate lager is dan de 135°C en 143°C in de vorige motor . Met
een voorverwarmd smeltsystem, nam het ongeveer
70 to 90 minutes tussen start en
einde van het smelting proces. Slechts op het einde van het proces werd
progressief vacuum toegepast. Voor vrijwel alle segmenten ondervonden we dat na
het toepassen van vacuum vloeibare brandstof tegen de wand van het bovenste
deel van het smeltsysteem geprojecteerd werd. Dit is te wijten aan de expansie
van luchtbellen in de brandstof. Een vacuum van ongeveer 0.1 bar werd bereikt.
Voor deze motor werd
KNO3 Haifa GG (Greenhouse Grade) gebruikt. Wegens de hoge pH
waarde (tussen 9 en 10), werd ascorbinezuur toegevoegd aan het sorbitol. Het
KNO3 werd gedurende 5s in een
koffiemolen gemalen.
In tegenstelling met
KNO3 met neurale pH waarden, is de tijd tot volledige harding
minstens 2 dagen. Enkel dan mag de centrale mal verwijderd
worden zonder risico voor deformatie van de brandstof.
Het verschil in dichtheid tussen de brandstofsegmenten
behandeld met en zonder vacuum is overduidelijk: 1,7 gr/cm³ t.o.v. 1,778 of
ongeveer 5%. Tussen de 2 brandstofblokken waarop vacuum werd toegepast is de
afwijking 0,5%.
Na
het ontmantelen van de doorn, werden de brandstofblokken op de draaibank
vlakgedraaid om de onregelmatigheden na het smelten weg te werken (zie figuur
4).
|