|
Pagina 1 van 6
INLEIDING
Als we een
raketvlucht bekijken, dan zien we op het eerste gezicht een soepele, vloeiende
beweging.
Vanuit het
standpunt van een waarnemer klieft de raket als het ware door de luchtlagen,
zonder de minste moeite...
Echter,
vanuit het oogpunt van de raket is een lancering een harde bevalling. Een raket
zal tijdensde vlucht heel wat te verduren krijgen. Door haar opbouw en haar motorkarakteristiek,
zal ze te maken krijgen met stampen, trillen, rollen, wentelen, enz... Kortom
allesbehalve vloeiende bewegingen. Een raket zal dus heel wat mechanische
stevigheid en sterkte aan boord nodig hebben om die wilde vlucht te overleven.
Iedere
organisatie die met raketten te maken heeft, verklaart zich akkoord met het
feit dat er eisen dienen gesteld te worden aan raketten. Maar de organisaties
onderling durven de spreekwoordelijke lat nogal eens op verschillende hoogtes
leggen. Vrij normaal en logisch dat het Amerikaans ruimtevaartbureau andere
normen en eisen heeft dan een amateurkring. Maar zelfs in amateurgroepen is men
niet altijd unaniem betreffende (veiligheids)eisen. Welke vereniging nu aan het
juiste eind trekt is moeilijk te achterhalen en soms zinloos.
De
voorwaarden op mechanisch vlak die hieronder volgen, zijn deze zoals beschreven
in:
"Cahier des Charges pour Fusees Experimentales
Mono-etage" (editie
november 1996). Kortweg: het lastenboek voor experimentele 1-traps raketten
volgens ANSTJ (ANSTJ = Association Nationale des Sciences Techniques Jeunesse,
nu Plančte Sciences genaamd).
Om het
bespreken van de verschillende criteria iets boeiender te maken, wordt hier
telkens een bespreking bijgevoegd toegepast op "QUASAR".
"QUASAR" is de (niet zo) kleine vluchtraket van BVRO die normaal eind
augustus het Franse luchtruim kiest.
|