|
Pagina 1 van 12
1. InleidingDe uitvinder/promotor van de waterstofperoxidemotoren was de briljante ingenieur Hellmuth Walter die met staatssteun in 1935 de formidabele firma H. Walter KG. in Kiel oprichtte waar 5000 mensen waren tewerk gesteld. Die hielden zich uitsluitend met R&D van prototypes bezig, vooral motoren voor gasturbineaandrijving van supersnelle duikboten (nooit operationeel), torpedo's, raketmotoren, lanceerkatapulten en het V3 superkanon (nooit operationeel).
Dit waren alle toepassingen van de katalytische ontbinding van waterstofperoxide. Chemisch gezien is deze stof bijzonder omdat de ontbinding ervan naast een behoorlijke hoeveelheid warmte een enorm gasvolume zuurstof en stoom aanbiedt. Bij bijv. 80% H202 ontstaat een gasvolume dat 3874 (vol./vol.) keer groter is dan het vloeistofvolume v66r de ontbinding (dit bij een initiele temperatuur van 20°C, bar en de ermee samenhangende ontbindingstemperatuur van 487°C).
Messerschmitt ging in 1939 van start met de bouw van een raketjager aangedreven door een peroxidemotor ontwikkeld door het Walter bedrijf.
Het is zo dat dit type motoren na afloop van WO-2 niet werden herbouwd of in een verbeterde versie ingezet werden. Nochtans waren zij toen al in staat in quasi verticale vlucht vliegtuigjes die toch 2,5 ton wogen in enkele minuten tot 15 km hoogte te stuwen. Een prestatie die tot nu toe geen enkele raketclub kan evenaren. Ik dacht daarom dat we er nog wat van kunnen opsteken i.p.v. van scratch te beginnen en het wiel terug te gaan uitvinden.

Fig. 1: prototype Me 163 A (links) en de Me 163 B Komet
Uiteindelijk werd dit het legendarische Me 163 B Komet serieprodukt. Er werden er een 370-tal van gebouwd. De Kometen stegen op vanuit basissen verspreid over gans toen "veroverd" Europa, waarvan drie in Belgie.
De Me 163's, en dat is wel bijzonder, droegen hun zuurstof voor de verbranding mee onder de vorm van waterstofperoxide. Turbojetmotoren die de zuurstof uit de lucht inzetten na compressie voor benzineverbranding (en dus niet hoeven mee te nemen) bestonden toen ook pas; operationeel hiermee waren o.a. de Me 262 Schwalbe en de Arado Ar 234 Blitz en een grote reeks prototypes.
De vliegtuigjes met raketmotor waren echter sneller dan de turbojets, vooral in stijgcapaciteit lieten ze alle jagers achter zich. Maar men dient het ontwerp ervan niet te zien als een wanhoopspoging om de massale geallieerde bombardementen te kunnem verhinderen zoals soms beweerd wordt: hun ontwerp dateerde van 1939 en toen was daarvan nog geen sprake. Het was gewoon een nieuwe benadering om een snelle Jager te bouwen.
De operationele Me 163 B kon ten velde opstijgen en landen maar slechts gedurende ca. 7 minuten zijn raketmotor aanzetten. Dit was de grote zwakte van dit ontwerp: daarna waren de tanks leeg en werd het een zweefvlucht.
Record hoogten ermee bereikt lagen rond 16 km. De gebruikelijke maximumsnelheid lag rond 950 km/h. De rijkwijdte was 100 km. Voor de gevechtsmissies stegen de Me 163 B's typisch in 3 minuten naar 10 km hoogte.
Verder was er nog de lichte jager voor zeer korte afstanden, de extreme Bacheni Ba 349 Natter (adder) meestal aangedreven door dezelfde waterstofperoxide raketmotor als de Komet, de HWK 109-509A-2.
Deze jager steeg verticaal op, geholpen door vaste brandstofboosters. Opstijgen naar 1km hoogte duurde slechts 1 minuut (gemiddeld 660 km/h)! Het toestel had slechts brandstof voor 2 minuten aan boord (bij 800 km/h op 3km hoogte). 20 werden ervan gebouwd. Van de 7 proefvluchten lukten er 6. Het werd nooit operationeel. Voor de volledigheid vermeld ik nog enige raketvliegtuigen die tijdens de periode 1944-45 nog in proefstadium waren: de He P.1077 "Julia", de Ju EF 127 "Walli" en de Me P.1104.
Op de tekentafel vond men nog de DFS346 die, uitgerust me 2 HWK 109-509B-1 supersoon had moeten worden (2270 km/h).
Fig. 2: de Ba 349 Natter jager: vertikale en bernande start
|