|
Geschreven door Jan Volckaert
|
|
woensdag, 12 februari 1997 |
|
Zoals verwacht leverde NX9 de eerste bruikbare
stuwkrachtskurve op. En zoals dat meestal met het beschikbaar komen van
meetgegevens is, vallen onmiddellijk een aantal zaken op, waaronder de zware
ontsteekpiek. Deze is te krachtig en komt duidelijk niet op het juiste moment.
Het vermoeden bestaat dat het diafragma breekt als gevolg van de
ontsteeklading nog voor de brandstofpil volledig in de fik staat. Het opgaande
deel der curve lijkt eveneens te bevestigen dat de brandstofpil op eigenkracht voor de
drukopbouw zorgt, waar dit eigenlijk moet gebeuren voor het diafragma barst.
Het gebruik van 3 g Zn/S als ontsteekstof zal vanaf NX
11 vervangen worden door KNO3/SKR dat veeleer een rustige vlam afgeeft in
vergelijking met Zn/S dat eerder een explosief karakter heeft. Eenmaal de motor op druk krijgen we een licht dalende curve.
Het vermoeden rijst hier dat het centrifugeerproces daar voor iets tussen zit.
Ook het lange nabranden, tot 20 s na het meetvenster (visuele waarneming),
wijst in die richting. Ook de grote resthoeveelheid vaste stof (526 g) zou hierdoor
verklaard kunnen worden. De vooropgestelde theorie voor dit ganse gebeuren
luidt als volgt: tijdens het centrifugeren doorloopt de vloeibaarheid van het
gesmolten mengsel alle stadia tussen de beginvloeibaarheid en vast.
Hierdoor gaat het zwaardere KNO3 bij een bepaalde
viscositeit zich naar het doornoppervlak toe gaan verplaatsen. Dit in
tegenstelling tot wat men normaal mag verwachten van een centrifugeerproces.
Trouwens bij de produktie van meerdere brandstofblokken werd reeds vastgesteld
dat zwaardere deeltjes zoals verontreinigingen of
silicagelkorrels (voordien gebruikt om NaCI/SKR coating vochtvrij te houden), na het
stollen (onder centrifugeerkrachten) terug te vinden waren op het doornoppervlak. Als de vooropgestelde hypothese
juist zou zijn dan mag men aannemen dat de verhouding KNO3/fuel hoog is bij de
doom en laag bij de motorwand.
De geleidelijke daling der curve evenals het lange
nabranden lijkt dit te bevestigen. Wat hiermee niet te verklaren valt is het
snel dalen van de druk na ongeveer 2.5 s brandtijd.
Wat er ook van zij, vanaf NX 11 zal het
centrifugeerproces vervangen worden door een giet- en trilprocedure waarbij de
met Al-folie omwikkelde doom pas na het stollen verwijderd zal worden.
|
Testnummer
|
NX9
|
|
|
|
Plaats
|
Adegem
|
|
|
|
Datum
|
12/01/1997
|
|
|
|
Motor
|
Aluminium
|
|
|
|
Brandertype
|
Semi tubular
|
|
|
|
Keeldiameter
|
12 mm
|
|
|
|
Klemming
|
503
|
|
|
|
Uitlaatdiamter
|
51.5 mm
|
|
|
|
Ontsteking (keel)
|
Alu. Diafragma
|
|
|
|
Dikte
|
0.5 mm
|
|
|
|
Binnendiameter
|
49.4 mm
|
|
|
|
Buitendiameter
|
51.5 mm
|
|
|
|
Ontsteekstof
|
Zn/S (3/1)
|
|
|
|
Gewicht
|
3 g
|
|
|
|
Resultaten
|
Nog niet relevant
|
|
|
|
brandtijd
|
3 s
|
|
|
|
max.stuwkracht
|
678 N
|
|
|
|
Totale impuls
|
1347 Ns
|
|
|
|
Spec. Impuls
|
74 s
|
|
|
|
Reststoffen
|
526 g
|
|
|
|
Brandstofmodules
|
NX9a
|
NX9b
|
NX9
|
|
Brandstof
|
KNO3/SKR/SOR
|
KNO3/SKR/SOR
|
KNO3/SKR/SOR
|
|
Verhouding(%)
|
67.5/17.5/15
|
67.5/17.5/15
|
67.5/17.5/15
|
|
Coating
|
1mm siliconen
|
1mm siliconen
|
1mm siliconen
|
|
Doorndiam.
|
43.5 mm
|
43.4 mm
|
43.45 mm
|
|
Max. diam
|
78 mm
|
78 mm
|
78 mm
|
|
Pillengte
|
146 mm
|
147 mm
|
293 mm
|
|
Max. Opp.
|
283.5 cm²
|
285.3 cm²
|
568.8 cm²
|
|
Dichtheid
|
1.92 (g/cm³)
|
1.91 (g/cm³)
|
1.915 (g/cm³)
|
|
Gewicht
|
922 g
|
927 g
|
1849 g
|
|
|
Gewijzigd op ( maandag, 25 mei 2009 )
|