|
De P100 motoren zijn
kaliumnitraat-sorbitol motoren met een
diameter van àngeveer 10 cm. Ze bevatten 4 "bates" segmenten. De motor is vooral
bedoeld voor de aandrijving van een raket waarmee een hoogtebereik van 3500 à 4000 m wordt beoogt. Met een
variante, de P100(2) , die dubbel zo
lang is en en 8 modulen bevat, wordt een hoogte van circa 10 km voorzien. Een
eerste test werd uitgevoerd op 6 mei 2007. Uit deze vorige test
met de P100/1 motor was gebleken dat (zie verslag : VRO-nieuws September 2007):
-
De motor aan een vrij
lage druk had gewerkt
-
Niet alle
brandstofoppervlak ineens tot ontbranding was gekomen
-
Er behoorlijke erosie
was opgetreden
Aan de P100-2 werden de volgende
aanpassingen aangebracht:
-
De straalpijp werd
vervangen door een straalpijp met een keelopening
van 24 mm (in plaats van de 38 mm van de vorige test) teneinde de druk op
te drijven;
-
Het ontstekingssysteem
werd aangepast in die zin dat nu zowel ontsteking
aan beide kanten van de ontsteekbuis (gevuld met poedervormige zinkzwavel
brandstof) zou gebeuren, omdat gebleken was dat het ontsteekpoeder nog
onvoldoende uitgewerkt was bij het
verlaten van de straalpijp.
-
aan beide zijkanten van
de bates-brandstofblokken werd een dun
laagje brandstof afgedraaid om een eventuele
sorbitol laagje te verwijderen, zodat de ontsteking sneller kon gebeuren.
De test werd uitgevoerd tijdens de BRMD
op 6 september 2008.
De
motor heeft de volgende karakteristieken:
|
Brandstof massa gr (4 segments)
|
1597 / 1602 / 1603 /1610
totaal: 6412 g
|
|
Brandstof stamenstelling
|
KNO3 :65%,
SORBITOL : 35%,
|
|
Type grains
|
Bates: 4 segments
|
|
Afmetingen van de verschillende
brandstofblokken
|
lengte : 173.5 / 178.5 /179.2/
182.1 mm
inwendige diameter : 42.0 mm
(beetje konisch: 0.5°),
uitwendige diameter: 90.9 mm
|
|
brandstofdichtheid
|
1.800 / - / 1.792 / 1.795
gemiddeld: 1,80
|
|
Afstand tussen twee
brandstofoppervlakken in mm
|
10 mm
|
|
ontsteekbrandstof: Zn-S poeder
|
106 g
|
|
Samenstelling ontsteekpoeder
|
Zn : 75 % : S : 25 %
|
|
Lengte verbrandingskamer
|
768.8 mm
|
|
Dimensiess nozzle
|
Dc : 100 mm / Dt : 24
mm / De: 70 mm
|
|
coating
|
Aluminium buizen van 2 mm dikte werden
gecoat aan de binnenkant met
parabond van 1,23 mm (totale
massa 560 g)
|
|
Dikte van de motorwand
|
2 mm
|
|
Materiaal van de wand
|
staal
|
Zoals bij de eerste test met de P100/1 is de
brandstofdichtheid ook hier 1,8 gr/cm³. De grootste afwijking bedraagt slechts
0,44 %. Dit wordt bereikt door vacuum toe te passen op het einde van de
smeltperiode.
Figuur
1: stuwkrachtscurve P100-2
Uit de test blijkt dat:
-
De ontsteking perfect heeft gewerkt. Men
merkt duidelijk de piek afkomstig van de zink-zwavel ontsteking, onmiddellijk
gevolgd door de ontsteking van de KNO3-sorbitol brandstof.
- De stuwkrachtscurve totaal niet de theoretische
curve volgt (gebaseerd op de verbrandingssnelheden van Nakka);
-
De curve wel in lijn ligt met de
stuwkrachtscurve van de eerste P100 test, met dien verstande dat in de eerste
test de ontsteking te traag verliep, en ook volledig in lijn ligt met de
KNSB58-2 test. Dezelfde kenmerken van de vorm van de stuwkrachtscurve zijn
gemakkelijk te onderscheiden.
-
Een gemiddelde specifieke impuls van 117s levert
Het feit dat de stuwkracht het hoogst is bij de
start is bijzonder gunstig voor lanceringen, omdat de raket bij de start het
zwaartst is en snel snelheid moet winnen om voldoende stabiel te zijn.Wanneer
men de 3 verschillende stuwkrachtscurven vergelijkt merkt men duidelijk dat er erg veel gelijkenissen zijn. Het
grootste verschil zit vooral in het eerste gedeelte van de stuwkrachtscurve. Bij de P100/2 wordt de grootste stuwkracht na
minder dan 0,05s bereikt. Dit is te danken aan het efficiente
ontstekingssysteem zodat onmiddellijk alle oppervlakken beginnen branden. Bij
de P100/1 is dit duidelijk niet het geval. Hier zien we een zeer grote
vertraging die zelfs oploopt tot
1,5s! Ook bij de KNSB58-2 is er ontstekingsvertraging, maar beduidend minder:
ca. 0,6s. Na het bereiken van de top van de stuwkrachtscurve gaat het in een
eerste fase lineair naar beneden, waarna een knik een verandering van richting
aangeeft. Op dat ogenblik bereikt het verbrandingsoppervlak welke zich het dichts bij de straalpijp bevindt,
de wand.. Echter heeft de brandstof aan de andere kant , (de kant van het afsluitdeksel
) de wand nog niet bereikt. Het duurt 0,5 à 1 s voor het zover is.
Figuur
2: stuwkrachtscurve P100-1
Wat er
gebeurt wordt ook geillustreerd met de simulatie. Het bovenste deel geeft bij
benadering het stuwkrachtsverloop weer en het onderste deel het verloop van het
brandstoppervlak in doorsnede (bovenste helft van de horizontale motor). De
linkerkant is de straalpijp kant, de rechterkant het afsluitdeksel. Door het
optreden van erosie van het brandstofoppervlak , welke toeneemt met de snelheid
van de verbrandingsgassen, zal de brandstof in de richting van de straalpijp steeds
sneller en sneller gaan branden. De onderste curven (doorsneden op
konstante tijdsintervallen) laat
Dat de
gesimuleerde stuwkrachtscurve niet identiek is aan de gemeten curve is te
wijten aan het feit dat:
-
In het simulatieprogramma wordt
aangenomen dat het gedeelte van het brandstofoppervlak dat niet onmiddellijk
ontstoken werd enkel op een lineaire wijze in de tijd ontsteekt. De realiteit
is vermoedelijk eerder een assymptotische evolutie (afname in de tijd);
-
Het simulatie programma onvoldoende
correct de reele situatie kan nabootsen. Voor deze simulatie werd aangenomen
dat de erosie een lineaire functie is van de snelheid van de verbrandingsgassen
in de motor.
Figuur
3: stwurachtscurve KNSB58-2
De simulatie vereiste ook dat de
verbrandingssnelheid van de brandstof gemiddeld slechts 90%
bedroeg van de metingen van Nakka. Dit hebben we in het verleden ook reeds bij
de andere testen ondervonden. Het kan te maken hebben met :
-
een andere bereidingswijze (hier onder
vacuum, wat niet het geval is bij Nakka);
-
een hogere brandstofdichtheid,
-
een andere deeltjesdistributie.
|
|
| Figuur 4: P-100-2 op volle stuwkracht |
|
 |
|
| Figuur 5: aluminiumhuls na de test |
Figuur 6: ontstekingssysteem wordt in de motor gebracht |
Met dank aan onze collega's van de GEA. De test was
een samenwerking tussen Pol Clauwaert (constructie) , Tony Vyverman
(fabricage brandstofblokken) , Bert en Els (algemene ondersteuning).
|