Testen met de ZAS5Z-1 t.e.m 4 |
|
|
Written by Tony Vyverman
|
|
dinsdag, 15 maart 2005 |
|
Page 3 of 5
Er
zijn enkele aanwijzingen die naar een andere mogelijkheid wijzen. Om te
beginnen de té kleine ontsteekpiek. Hoewel we in het verleden nooit problemen
hebben gehad met de onsteking is er
ditmaal vermoedelijk wel wat mis gegaan. In alle zink-zwavel motoren wordt de
drukopbouw verzekerd door een hoeveelheid poedervormig zink-zwavel met
samenstelling 3/1. In de de uitlaat van de straalpijp wordt een prop geplaatst
en het uiteinde van de straalpijp wordt met rubber tape afgeplakt. Ik herinner
me dat de plakband slecht kleefde aan de buitenkant van de straalpijp uitlaat
doordat het metaal wat vettig was. Hierdoor is het mogelijk dat er wat weinig
weerstand werd opgebouwd voor de druk en de ontsteekdruk te laag uitviel.
Nu is
het zo dat druk en temperatuur bij zink-zwavel motoren samen gaan. Lage druk
levert lage temperatuur, hoge druk hoge temperatuur. Maar de brandstofpil werd
toch ontstoken! Je zou verwachten dat dit weinig verschil mag maken. Dit zou
inderdaad waar zijn indien er geen aluminium in de brandstof aanwezig was. De
veronderstelling is nu dat slechts vanaf een bepaalde temperatuur aluminium
voldoende snel gaat reageren. Volgens E. L. Dreizin in het relatief recente
artikel (met referenties tot 1996) “INTERNAL HETEROGENEOUS PROCESSES IN
ALUMINUM COMBUSTION” kan aluminium enkel reageren wanneer de oxidelaag (Al2O3)
wegsmelt. Dit gebeurt rond 2323°K. Op dat ogenblik is het aluminium wel reeds
vloeibaar met een vrij lage dampspanning. Het bereikt slechts een damspanning
van 1 bar bij 2740°K. Er is dus bijzonder weinig aluminiumgas aanwezig om te
reageren. De reactie met gasvormige zwavel gebeurt voornamelijk aan het
oppervlak van het deeltje. Hierbij ontstaat evenwel zoveel hitte dat het
deeltje snel in temperatuur kan oplopen en verdampen. Wordt deze temperatuur
van 2323°K niet gehaald dan is de kans zeer groot dat er geen reactie met
aluminium optreedt (dit is ook de reden waarom het toevoegen van aluminium in
KNO3 brandstoffen weinig of geen zin heeft. De
verbrandingstemperaturen liggen rond 1750°K). Het verbruikt dan enkel energie
voor de opwarming ervan, en er wordt een verbrandingstemperatuur gerealiseerd
lager dan voor een 3/1 brandstof zonder
aluminium. Deze lagere verbrandingstemperatuur en lagere verbrandingsdruk
hebben dan ook wellicht gezorgd voor een lage specifieke impuls.
Volgens mijn
berekeningen levert een 3/1 zink-zwavel ontsteekmengsel vóór expansie (dus
voordat het diafragma breekt), een verbrandingstemperatuur van maximum 2640°K.
De reserve ten opzichte de smelttemperatuur van Al2O3 is
dus iets meer dan 300°C. Anderzijds is de berekende verbrandingstemperatuur
voor het gebruikte brandstofmengsel (25,5% S, 70% Zn, 4,5% Al) bij de druk van
de ZAS5-10 circa 2922°K, wat duidelijk hoger ligt dan het smeltpunt van Al2O3
(ca. 600°C). De verbranding bij de ZAS5-10 is verlopen bij een stuwkracht over
keeloppervlakte verhouding van ongeveer
1500 N/cm². Bij een geschatte CF van 1,5
(zie figuur 3.14 uit “Understanding zinc-sulfur propellants”) levert dit
een druk van 100 bar op. ZAS5Z-3 levert een stuwkracht over keeloppervlakte
verhouding op van gemiddeld ongeveer 500 N/cm². Bij een geschatte CF van 1
levert dit een druk van 50 bar op.
De test heeft wel het overdadige bewijs
geleverd dat:
- de
brandstofblokken in parallele lagen afbranden
- verbrandingsduren
van 4s en meer haalbaar zijn (de isolatie van polyester was 1,5 mm dik).
|
Lengte brandstofblok
|
252,5 mm
|
|
doormeter
|
53 mm
|
|
Massa brandstofblok
|
2130 g
|
|
Dichtheid brandstofblok:
|
3,80 g/cm³
|
|
Hoeveelheid ontsteekbrandstof
|
216 g
|
|
Isp
|
43,6 s zonder afval, 46,0 s met afval
|
|
afval
|
131 g of 5,6% van de brandstof
|
|
Gemiddelde verbrandingssnelheid
|
7,43 cm/s
|
|
|
Last Updated ( donderdag, 25 oktober 2007 )
|