Testen met de ZAS5Z-1 t.e.m 4 |
|
|
Written by Tony Vyverman
|
|
dinsdag, 15 maart 2005 |
|
Page 5 of 5
Wat kunnen we uit deze laatste test leren
?
- Om te beginnen blijkt het juist te
zijn dat een grotere ontstekingsdruk (ZAS5-10 en ZAS5Z-4) een totaal ander
stuwkrachtscurve laat zien. Het horizontale gedeelte is veel korter wat
het gevolg is van een veel snellere verbranding (ca. 35 cm/s ipv 7,4 cm/s
bij de ZAS5Z-3). Omdat de hoeveelheid brandstof bij de ZAS5-10 en ZAS5Z-4 vergelijkbaar
was bij eenzelfde keel opening (2470 g t.o.v. 2260 g), zijn de brandtijden
ook ongeveer dezelfde.
- Verder blijkt de hypothese i.v.m. de
verbranding van aluminium hiermee wel op de helling te staan. De ZAS5Z-4
scoort amper beter dan ZAS5Z-3 en minder goed dan ZAS5-10 met klassieke
straalpijp.
- Meteen is het vrijwel zeker dat het
resultaat van de meting met de ZAS5Z-2 foutief was. Dus welicht geen Isp
van 70s.
- Ondanks het feit dat alle
stuwkrachtsmetingen gebeurd zijn tot max. 3% van het totale bereik van de
loadcell, wat twijfels doet rijzen i.v.m. de nauwkeurigheid, blijkt dat
een straalpijp van het Z-type in tegenstelling tot wat gehoopt werd,
eerder slechtere resultaten geeft. Dit is dan wel in schril contrast met
de diverse experimentele gegevens van de NERO, waaruit toch blijkt dat een
straalpijp met kleine uitlaathoek (maastal 7,5°) toch een verbetering van
circa 15% oplevert voor brandstoffen van het type Zn/S 3/1 (3
gewichtsdelen zink t.o.v. 1 gewichtsdeel zwavel).
Uit een grondig (her)onderzoek van de
beschikbare informatie meen ik toch enkele lichtpunten te zien:
- De straalpijp van het Z-type kan
aanleiding geven tot zeer sterke
wrijvingskrachten aan de wand, vooral in het convergente deel. Hoe
kleiner de straalpijp hoe groter het effect (wrijvingsoppervlak en
gasvolume nemen niet in dezelfde mate toe met de afmetingen). De klassieke
straalpijp hebben een uiterst kort convergent deel (2,8 mm voor de ZAS5-10
en 8 cm voor de ZAS5Z straalpijp) en hebben dus minder last van dit
verschijnsel.
- De verhouding tussen keeloppervlakte (At) en uitlaatoppervlakte (Ae)
is vermoedelijk veel te groot. Dit bedraagt nu meer dan 45. Testen van
NERO tonen aan dat er zelfs tussen 25 en 16 nog een merkelijk verschil op
te meten valt (48s t.o.v. 43s, of iets meer dan 10%). Dit kan ook te maken
hebben met de gebruikte isolatie, maar het is toch blijkbaar een algemene
tendens. Dit is nogal gemakkelijk te verklaren: een té grote verhouding
leidt tot een onderdruk (overexpansie) op het einde van de straalpijp. Bij
een onderdruk van 0,25 kg op een eindoppervlakte van 23 cm² geeft dit een
effect van bijna 6 kg. Op een gemiddelde stuwkracht van 40 kg is dit snel
een verlies van 15%. Een té kleine verhouding levert eveneens verlies op.
Het volgende diagramma laat duidelijk het resultaat zien van diverse NERO
testen (en uiterst rechts 2 VRO testen nl. ZAS9-1 en ZAS9-2) met de Zn-S
brandstof 3/1. Hierbij werd geen verschil gemaakt tussen klassieke
straalpijpen of Zèta straalpijpen (de Zèta straalpijpen zijn de drie
groepen meetresultaten rechts). Het Ae/At optimum lijkt zich te situeren
tussen 16 en 19.
Positioneren we hierin de resultaten van
ZAS5Z-3 en 4 (respectievelijk 46,0s en 48,7s) dan merken we dat we duidelijk
boven de trendlijn liggen die zich eerder (wellicht zelfs lager) rond een Isp
van 40s situeert voor een Ae/At verhouding van 45. Het laat zich dus aanzien
dat bij een optimale straalpijpverhouding de Isp van de ZAS5Z-4 kan verhoogd
worden met ongeveer 9s tot 57,7s. De ZAS5-10 met klassieke straalpijp leverde
een Isp van 55,5s (op basis van 5,3% afval). Aangezien de Ae/At ongeveer
dezelfde was als voor de ZAS5Z-4, is het vermoedelijk verlies door wrijving
ongeveer 6,8s. Het zou dus mogelijk
moeten zijn om een Isp van 64,5s te bereiken. Volgende testen zullen dit moeten
aantonen.
|
|
Last Updated ( donderdag, 25 oktober 2007 )
|