Mini-formaat raketmotor: ALU 220 |
|
|
Written by Bert Kimpe
|
|
vrijdag, 15 december 2006 |
|
Page 2 of 3
Voor de nozzle worden dezelfde stappen ondernomen.
Om de alu-buis tegen de hitte te beschermen wordt een 1,0mm dikke butylrubber-folie gebruikt. Dit is standaard rubber. De gebruikte folie is zelfs gewone vijverfolie. De folie wordt op maat gesneden en perst zichzelf dan tegen de wand aan. Tussen het brandstofblok en de rubber zit aan beide zijden 1mm speling. Deze ruimte blijkt voldoende te zijn om een relatief snelle ontsteking van het ganse blok te verzekeren.
De rubber is dus de hele tijd volledig blootgesteld aan de verbrandingsgassen en gesmolten producten. Na het openen van de motor bleek de rubber niet erg beschadigd te zijn. Hele oppervlak was niet meer glad, maar leerachtig geworden en er waren 3 gaatjes in gebrand, onderaan, waar de vloeibare resten zich verzamelen.
De scheuren die te zien zijn, komen van het doorzagen van de motor. Diezelfde soort rubber werd vroeger ook al gebruikt als isolatie voor brandstofblokken en is goed bruikbaar voor KNO3 brandstoffen. Voor hogere verbrandingstemperaturen moet worden uitgekeken naar bv neopreenrubber.
De constructie is dus erg eenvoudig. Het gieten van de brandstof is een routine-klus ondertussen. Ik kan gemakkelijk 4 dergelijke blokken gieten op een dag. Het draaiwerk gaat ook bijzonder snel. Bakelietweefsel is erg goed te draaien en de passing hoeft ook niet tot 0,1mm nauwkeurig te zijn.

De opengezaagde motor van test 4
|
|
Last Updated ( woensdag, 26 september 2007 )
|